Fantasie is de grootste bron van angst

Een angstig gevoel gaat vaak hand in hand met een fobie, maar toch is er een verschil tussen fobieën en angsten. Fobieën zijn een soort psychische reflex; je ziet, voelt of hoort iets en direct is de angst daar. Je hebt het idee dat je er niet aan kunt ontkomen (al kan dat met de juiste behandeling natuurlijk wel!).

Angsten daarentegen, praat je jezelf vaak aan.
Dit geldt uiteraard niet voor angsten die gebaseerd zijn op trauma's en vervelende gebeurtenissen, dan is er een rechtstreeks verband tussen de situatie en de angst.
Als je fantasie een loopje met je neemt, kun je plots bang worden voor de meest uiteenlopende zaken. Nu is een rijke fantasie een zegen, maar in dit soort situaties werkt het tegen je.

Directe beïnvloeding

Stel, je vindt het eng om alleen thuis te zijn. Als je dan op een stormachtige nacht een spannende horrorfilm kijkt, is de kans groot dat je daarna niet zo goed de donkere zoldertrap op durft en je slecht slaapt.
Je voedt je angstige fantasieën met de beelden uit de film en zo schets je al snel allerlei doemscenario's, waardoor je alleen maar angstiger wordt. Dit is een duidelijk voorbeeld van directe beïnvloeding, waardoor je fantasie op hol slaat en je zelf je eigen angsten creëert.

Subtiele beïnvloeding

De meeste angstfantasieën komen echter op een veel subtielere manier tot stand. Je hoort bijvoorbeeld verhalen over inbraken, mensen die in bed overlijden, mensen die niet weg kunnen komen, dat er brand uitbreekt, auto’s die voor de deur weggehaald worden, vandalisme, niet weten wat je moet doen als het alarm afgaat en ga zo maar door.

Gewoon dingen die je gehoord hebt op feestjes, gezien hebt op tv, of gelezen hebt in de krant. Dit soort verhalen zijn talrijk en iedereen kent ze. Als deze verhalen door je onbewuste gaan spoken, kun je de meest verschrikkelijke situaties fantaseren waar jij de hoofdrol in hebt.

Een goede voorbereiding is het halve werk

Wij mensen kunnen slecht omgaan met onzekerheden en daarom voelt een goede voorbereiding ook prettig. We studeren voor examens en plannen onze vakantie zodat we zeker weten dat we een slaapplaats hebben en we worden opgepikt bij het vliegveld.
Op dezelfde manier 'voorspellen' we rampspoed. Dat voelt als angst. Je gebruikt op dezelfde manier (leer-)ervaringen uit het verleden. Je wilt altijd dat je voorspellingen uitkomen.

Echte angsten

Ook al voelt je angst echt, in het hier en nu is er weinig aan de hand. Het is je fantasie die je bang maakt.
Als er echter wel iets aan de hand is, voelt iedereen angst. Als een vliegtuig neerstort, zit iedereen te beven. Als je 's nachts wakker wordt omdat er een inbreker in je huis is, voelt iedereen paniek. Instinctief kun je op drie verschillende manieren reageren; vechten, vluchten of bevriezen. Dit overlevingsmechanisme is heel erg belangrijk! Maar als er geen sprake is van een echte noodsituatie, heb je er niets aan om te vechten, vluchten of bevriezen.

Angstvrij

De oplossing om van angsten af te komen is verrassend simpel; vervang je negatieve fantasieën door positieve! Zet de volgende stappen:


Stap 1: Externe veiligheid

Het lijkt kinderachtig, maar je kunt een deel van je angsten wegnemen door op een simpele manier voor externe veiligheid te zorgen; draai je voordeur op slot, zorg ervoor dat het raam niet op een kier staat en kijk even achter de bank of er echt geen seriemoordenaar met een kettingzaag zit. Houd je telefoon binnen handbereik, controleer of je alle kaarsen uit hebt geblazen en kijk even onder je bed.

Veel mensen hebben ook baat bij een soort talisman, of een pilletje voor als ze in paniek zouden raken. Ze hebben dat pilletje nooit nodig, omdat ze weten dat ze het bij zich hebben. Sterker nog, ze raken juist in paniek als ze constateren dat ze het per ongeluk niet bij zich hebben. Het is een manier om externe veiligheid te creëren en je angstige fantasieën in te perken.

Stap 2: Interne veiligheid

Interne veiligheid creëer je op vijf verschillende manieren;

Zorg voor structuur

Een goede voorbereiding is het halve werk, dus als je jezelf goed voorbereid op eventuele noodsituaties, hoef je minder angstig te zijn. Voor structuur zorg je door te weten wat de procedure is als er brand uitbreekt, weten waar de nooduitgangen in een onbekend gebouw zitten, controleren of belangrijke telefoonnummers in je telefoon staan en of je weet wie je moet bellen als je ziek wordt.

Controleer of je gedachtes wel kloppen
Veel angsten zijn irreëel. Rampspoed kan natuurlijk altijd voorkomen, maar hoe groot is nou de kans dat er een seriemoordenaar op jouw zolder verstopt zit? Vraag aan jezelf: Is deze angst reëel? Wat kan er nou eigenlijk gebeuren? Hoe erg zou het zijn als het fout zou gaan?

Laat je angst toe
Door angst te onderdrukken, gaat het niet weg. Sterker nog, je angst wordt vaak groter als je het probeert te ontkennen! Je angst probeert je altijd iets te vertellen en wil gehoord en erkend worden.

Adem!
Als je angstig bent, raakt je ademhaling ontregeld. De een gaat snel en oppervlakkig ademhalen, bij de ander stokt de ademhaling. Om je fysiek - en daarmee mentaal - beter te voelen, is het belangrijk om rustig door te ademen. Hierdoor ontspan je en gaat je energie weer stromen.

Ontspan je spieren
Bij angst verkrampen je spieren. Gewoon even op de spanning in je spieren concentreren en dan fysiek loslaten. Ontspan ook je kaken. Door de sterke interne dialoog ga je je kaken aanspannen. Door ze te ontspannen, zal de interne dialoog tot rust komen.

Stap 3: Focus je op het positieve

Door alleen maar met je angst bezig te zijn, wordt het niet minder. Probeer daarom op de volgende manieren je zinnen te verzetten;

Blij zijn
Denk aan dingen, situaties en mensen waar je heel gelukkig en blij van wordt: Door je gedachten te verzetten roep je vanzelf een prettig gevoel op.

Stel de juiste vraag
Als je angstig bent, ben je snel geneigd negatieve vragen te stellen. Als je jezelf positieve vragen stelt, zonder een antwoord te verlangen, pas je haast automatisch je mindset aan en ga je je beter voelen. Goede voorbeeldvragen zijn; ‘Hoe is het nu ik me helemaal veilig voel?’ ‘Hoe voelde het toen ik helemaal rustig was?’ of ‘Hoe is het als ik nu heerlijk ontspannen in slaap val?’, of ‘Hoe was het toen ik zo snel en diep in slaap viel?.
Geen antwoord geven; alleen de vraag stellen en verder niets verwachten.
Gewoon laten gebeuren wat er gebeurt.

Stel oplossingsgerichte vragen
Doe dit in plaats van probleemgerichte en angstverhogende vragen.
Bijvoorbeeld: ‘Hoe zal ik me morgenvroeg voelen als alles goed is gegaan?’ of ‘Wat zullen mijn naasten aan me merken als ik heerlijk ontspannen alleen thuis kan zijn?’ of ‘Wat kan ik nu doen om me in deze situatie helemaal ontspannen en veilig te voelen?’